Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016
Onder 4.11 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:238.
In rov. 3.14 ligt naar mij voorkomt ook een kennelijke en niet onbegrijpelijke verwerping van stelling (xii) besloten. De gedachtegang van het hof is duidelijk geweest dat de bewoordingen van art. 3.6 duidelijk zijn, zodat een andere uitleg van die bepaling zelf niet erg voor de hand ligt. Naar het kennelijke en niet onbegrijpelijke oordeel van het hof is de stelling dat StiPP niet betrokken was bij de opstelling daarvan onvoldoende om de voor de hand liggende uitleg (de toets van de aard van de opdracht in relatie tot het uit te oefenen gezag) te verwerpen. De stelling dat StiPP niet bij de uitvoering betrokken was, kan eventueel een startpunt zijn voor een onderbouwing dat de praktijk (in belangrijke) mate anders is dan de tekst doet vermoeden. Het hof heeft, gezien de verwerping van de in dat opzicht aangevoerde stellingen (ii)-(xi), die onderbouwing kennelijk onvoldoende geacht. Dat is aan hem als feitenrechter voorbehouden en verder goed te volgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d8990cc45bb8f4878f8dbf201d3cab4b6ec9ea39c22f49f4fe52b1f76360e75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d8990cc45bb8f4878f8dbf201d3cab4b6ec9ea39c22f49f4fe52b1f76360e75, en de alinea staat in dat document op bytes 90601 tot 91582.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d8990cc45bb8f4878f8dbf201d3cab4b6ec9ea39c22f49f4fe52b1f76360e75 | shasum -a 256