Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016

Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:238.

C4C komt dus, anders dan zij suggereert, met haar opdrachtgevers overeen dat de instructiebevoegdheid ten aanzien van de werkzaamheden van de ter beschikking gestelde werknemers bij de opdrachtgevers ligt. Daaraan doet niet af dat de desbetreffende werknemers hoogopgeleid zijn en gespecialiseerde werkzaamheden verrichten, ten aanzien waarvan de opdrachtgevers zelf over onvoldoende kennis beschikken en die hun werkzaamheden overeenkomstig hun eigen professionele standaarden verrichten, zoals C4C heeft gesteld of dat C4C een tweetal accountmanagers in dienst heeft die de desbetreffende medewerkers begeleidt. Ook ten aanzien van professionals, die krachtens een arbeidsovereenkomst werkzaam zijn heeft de werkgever een instructiebevoegdheid. Die bevoegdheid is in het onderhavige geval overgedragen aan de derde aan wie de werknemer door de werkgever ter beschikking is gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d8990cc45bb8f4878f8dbf201d3cab4b6ec9ea39c22f49f4fe52b1f76360e75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d8990cc45bb8f4878f8dbf201d3cab4b6ec9ea39c22f49f4fe52b1f76360e75, en de alinea staat in dat document op bytes 19219 tot 20115.