Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016
Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:238.
Op 1 januari 1999 is de zogenoemde Flex-wetgeving in werking getreden, waarin een afzonderlijke afdeling van het BW is geïntroduceerd over de uitzendovereenkomst: Boek 7, Titel 10, Afdeling 11. In deze afdeling wordt verduidelijkt dat een uitzendovereenkomst als een (specifieke vorm van de) arbeidsovereenkomst moet worden gezien, waar enkele afwijkende regels voor gelden. Daarover bestond tevoren geen volkomen duidelijkheid in het veld. Een van de maatschappelijke gevolgen hiervan is een sterkere positie van flexwerkers. Art. 7:690 BW definieert het begrip “uitzendovereenkomst” bedoeld in de titel, maar roept gelet op de wetsgeschiedenis vragen op. In art. 7:691 BW is een aantal specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot ontslag en opvolgende arbeidsovereenkomsten. Lid 2 van dat artikel creëert de mogelijkheid van het schriftelijk overeenkomen van een zogenoemd “uitzendbeding”: de uitzendwerkgever en -werknemer kunnen overeenkomen dat de uitzendovereenkomst van rechtswege eindigt als de terbeschikkingstelling aan de derde op diens verzoek ten einde komt. Het zesde lid van art. 7:691 BW bepaalt dat het artikel niet van toepassing is op, kort gezegd, intra concern-verhoudingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d8990cc45bb8f4878f8dbf201d3cab4b6ec9ea39c22f49f4fe52b1f76360e75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d8990cc45bb8f4878f8dbf201d3cab4b6ec9ea39c22f49f4fe52b1f76360e75, en de alinea staat in dat document op bytes 23099 tot 24388.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d8990cc45bb8f4878f8dbf201d3cab4b6ec9ea39c22f49f4fe52b1f76360e75 | shasum -a 256