Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2016

Onder 6.5 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:239.

Ook de voorzieningenrechter Noord-Nederland (kantonrechter) achtte in 2015 een allocatiefunctie voorwaarde voor het bestaan van een uitzendovereenkomst. Die rechter oordeelde over een overeenkomst tussen een formele werkgever en een werknemer waarvan de opsteller kennelijk niet voor één gat gevangen wenste te worden, nu zij de termen “arbeidsovereenkomst”, “uitzendovereenkomst”, “detacheren”, “uitzenden”, “payrolling” en “payrollmedewerker” bevatte. De zaak betrof een taxichauffeur in steeds tijdelijke dienst bij Taxi Dorenbos, die vlak voordat de ketenregeling van art. 7:668a BW tot een contract voor onbepaalde tijd zou leiden, in (uitzend)dienst werd genomen bij ‘talent for taxi’ (T4T) en die een half jaar later werd ontslagen. De kantonrechter zag wetsontduiking en oordeelde dat geen uitzendovereenkomst tot stand was gekomen, maar de arbeidsrelatie met Taxi Dorenbos voortduurde, onder meer wegens het ontbreken van een allocatiefunctie. De Rechtbank verwees daarbij naar het boven geciteerde oordeel van het Hof Arnhem-Leeuwarden:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44d50848998ca38af75ab095d43a9e1f35f12481da6fc15eb6c020e5a6724e02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44d50848998ca38af75ab095d43a9e1f35f12481da6fc15eb6c020e5a6724e02, en de alinea staat in dat document op bytes 120368 tot 121522.