Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2016

Onder 6.7 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:239.

Bij de belastingrechter is tot nu toe evenmin de vraag aan de orde geweest of een payroll bedrijf zoals dat van de belanghebbende voldoende – niet-traditionele – allocatiefunctie vervult om uitzendovereenkomsten aan te nemen. Ook HR BNB 2011/235 betrof de vraag of de werkgever voor de werknemersverzekeringen moest worden ingedeeld in sector 52 of sector 45, maar deze zaak ging om intra-concern terbeschikkingstelling, en het non-allocatiefunctie-argument was noch bij de R , noch bij het hof aangevoerd. Mijn voormalige ambtgenoot Van Ballegooijen achtte in deze zaak op grond van de boven geciteerde parlementaire geschiedenis een allocatiefunctie voorwaarde voor het aannemen van een uitzendovereenkomst (voetnoten niet opgenomen):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44d50848998ca38af75ab095d43a9e1f35f12481da6fc15eb6c020e5a6724e02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44d50848998ca38af75ab095d43a9e1f35f12481da6fc15eb6c020e5a6724e02, en de alinea staat in dat document op bytes 129285 tot 130171.