Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2016

Onder 7.1 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:239.

“De Minister van SZW heeft in het kader van het ontslagrecht een duidelijke handreiking gedaan over het verschijnsel payrolling en daarmee de onduidelijkheid die de wetgever heeft gecreëerd eigenlijk ongedaan gemaakt. De minister geeft in onderdeel f Ontslagregeling aan dat de payrollwerkgever de werkgever is, die op basis van een overeenkomst met een derde, die niet tot stand is gekomen in het kader van het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, een werknemer ter beschikking stelt om in opdracht en onder toezicht en leiding van die derde arbeid te verrichten. In dit eerste deel van de omschrijving geeft de minister uitsluitsel over de allocatiefunctie. Een werkgever vervult een allocatiefunctie op de arbeidsmarkt als hij zich bedrijfsmatig, en dat betekent in ieder geval niet incidenteel, bezighoudt met het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van tijdelijke arbeid. De omschrijving betekent dus dat een payrollwerkgever geen allocatiefunctie heeft; een payrollwerkgever houdt zich weliswaar bedrijfsmatig bezig met het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, maar niet met de vraag en het aanbod van tijdelijke arbeid en dat betekent dan ook dat geen sprake is van een uitzendovereenkomst (zie 2.6.5.1) en dus ook niet van een uitzendbeding (zie 2.6.5.11).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44d50848998ca38af75ab095d43a9e1f35f12481da6fc15eb6c020e5a6724e02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44d50848998ca38af75ab095d43a9e1f35f12481da6fc15eb6c020e5a6724e02, en de alinea staat in dat document op bytes 137888 tot 139199.