Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:24.

Heineken voert – kort gezegd – aan dat haar pandrecht op de inventaris ook strekt tot zekerheid van haar boedelvordering. Zij stelt dat zij het pandrecht heeft geëxecuteerd voor deze boedelvordering en zich heeft verhaald op de executieopbrengst van de aan haar verpande zaken. Heineken betoogt dat de fiscus in dit geval geen (concreet) belang heeft bij haar bodemvoorrecht. Immers, indien de executieopbrengst wordt afgedragen, zal er na omslag van de faillissementskosten niets resteren voor de fiscus. Nu sprake is van een negatieve boedel, zal de executieopbrengst toekomen aan de boedelschuldeisers. De fiscus heeft derhalve ook geen recht op de executieopbrengst, zo volgt uit art. 182 Fw, de Leidraad Invordering en het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 13 oktober 1995 (nummer AFZ 95/3774m, V-N 1996 pagina 407-409). De door de curator ingestelde vordering strekt derhalve niet ter behartiging van de belangen van de fiscus maar slechts ter voldoening van zijn eigen salaris.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8aeb3f2fc230ab7d15832f771ec54b045bfda31738bda49f3395fe35426e328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8aeb3f2fc230ab7d15832f771ec54b045bfda31738bda49f3395fe35426e328, en de alinea staat in dat document op bytes 11985 tot 13005.