Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:24.

Bij de bespreking van onderdeel 1 kan het volgende worden vooropgesteld. De faillietverklaring wordt gezien als een gerechtelijk beslag op alle goederen van de schuldenaar ten behoeve van diens gezamenlijke schuldeisers. In art. 20 Fw is bepaald dat het faillissement het gehele vermogen van de schuldenaar omvat ten tijde van de faillietverklaring, alsmede hetgeen hij gedurende het faillissement verwerft. Op grond van het fixatiebeginsel geldt dat door het intreden van het faillissement de rechtspositie van alle bij de boedel betrokkenen onveranderlijk wordt. Uitgangspunt van de Faillissementswet is tevens dat het faillissement geen invloed heeft op wederkerige overeenkomsten. Hieruit volgt dat de curator niet bevoegd is om overeenkomsten op te zeggen, tenzij de wet of de overeenkomst hem (of de schuldenaar) daartoe bevoegd maakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8aeb3f2fc230ab7d15832f771ec54b045bfda31738bda49f3395fe35426e328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8aeb3f2fc230ab7d15832f771ec54b045bfda31738bda49f3395fe35426e328, en de alinea staat in dat document op bytes 22801 tot 23949.