Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:24.

Op grond van deze prejudiciële beslissing staat vast dat het mogelijk is een pandrecht te vestigen ten behoeve van een (toekomstige) vordering die na faillissement is ontstaan. Het maakt daarbij niet uit of sprake is van een boedelvordering. Ook een pandrecht op een vordering op de voet van art. 39 Fw kan zodoende worden gevestigd en uitgewonnen omdat de vordering voortvloeit uit een op de dag van de faillietverklaring al bestaande huurverhouding met de gefailleerde. Ik zie niet in waarom dit in het onderhavige geval, zoals de curator heeft betoogd anders zou liggen. Subonderdeel 1.2 faalt derhalve en behoeft geen nadere bespreking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8aeb3f2fc230ab7d15832f771ec54b045bfda31738bda49f3395fe35426e328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8aeb3f2fc230ab7d15832f771ec54b045bfda31738bda49f3395fe35426e328, en de alinea staat in dat document op bytes 35523 tot 36242.