Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Onder 3.20 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:24.

Subonderdeel 2.1 , dat is gericht tegen rov. 3.9-3.11 (weergegeven onder 2.6 van deze conclusie), klaagt dat het hof ten onrechte ervan is uitgegaan dat het bodemvoorrecht van de Ontvanger niet tegen Heineken als boedelcrediteur kan worden ingeroepen indien de curator op grond van art. 57 lid 3 Fw afgifte vordert van de executieopbrengst van de inventaris die, naar niet in geschil is, onder het bodemvoorrecht valt. Subonderdeel 2.2 betoogt dat voorts (of althans) het hof in rov. 3.9 ten onrechte ervan is uitgegaan dat Heineken zich, ook in dit geval van een negatieve boedel, kan verhalen op de inventaris zonder rekening te houden met het faillissement. Een negatieve boedel kan immers meebrengen dat de executieopbrengst van de bodemzaken bij de uiteindelijke verdeling van het boedelactief mede zal moeten worden aangewend voor de (gedeeltelijke) voldoening van hoger gerangschikte boedelvorderingen (dan vorderingen op de voet van art. 39 Fw, zoals die van Heineken), waaronder het salaris van de curator. Het oordeel van het hof heeft dus (ook) tot gevolg dat Heineken de facto ten onrechte voorgaat boven hoger gerangschikte boedelvorderingen, aldus het subonderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8aeb3f2fc230ab7d15832f771ec54b045bfda31738bda49f3395fe35426e328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8aeb3f2fc230ab7d15832f771ec54b045bfda31738bda49f3395fe35426e328, en de alinea staat in dat document op bytes 42271 tot 43542.