Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Onder 3.21 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:24.

De subonderdelen zien op de rangorde die van toepassing is bij de verdeling van de opbrengst van bodemzaken: geniet een fiscale faillissementsvordering voorrang boven een door een pandrecht op bodemzaken gesecureerde boedelvordering? Zoals reeds gezegd is de curator op grond van art. 57 lid 3 Fw gehouden de belangen te behartigen van de fiscus die in rang boven een pandhouder gaat. Op grond van de feiten kan worden aangenomen dat over de periode dat de huur van het horecabedrijfspand nog is voortgezet om een doorstart te bewerkstelligen geen fiscale boedelvorderingen zijn ontstaan en staat vast dat er wel een boedelvordering is ontstaan met betrekking tot de huur. Voor die boedelvordering heeft Heineken haar pandrecht uitgewonnen. Bij de beoordeling van onderdeel 1 is de uitleg door het hof van de pandakte en het oordeel dat het pandrecht ook is gevestigd voor toekomstige boedelvorderingen uit hoofde van huur in stand gebleven. In de bestreden rechtsoverwegingen oordeelde het hof over de gesecureerde boedelvordering van Heineken en toepassing van art. 57 lid 3 Fw voor een (pre)faillissementsvordering van de fiscus. Uw Raad heeft geoordeeld dat art. 57 lid 3 Fw niet van toepassing is op boedelschuldeisers. In dit geval is de fiscus geen boedelschuldeiser, maar heeft de fiscus een faillissementsvordering. Het hof beantwoordt vervolgens de vraag of art. 57 lid 3 Fw van toepassing is in het geval de curator de belangen van de fiscus met betrekking tot een faillissementsvordering behartigt ten opzichte van een pandhouder die zijn pandrecht als separatist reeds heeft uitgewonnen ten aanzien van een boedelvordering. M.i. overweegt het hof terecht dat art. 57 lid 3 Fw in dit geval buiten toepassing moet blijven omdat Heineken in dit geval een boedelcrediteur is en zich op de goederen van de failliet kan verhalen zonder rekening te houden met het faillissement en de faillissementsvordering van de fiscus in dit geval niet concurreert met – en derhalve ook niet prevaleert op – een boedelvordering. Anders dan de curator aanvoert, gaat het hier niet om de verdeling van vrij boedelactief in faillissement die zou afdoen aan de rangorde van het bodemrecht op het pandrecht. De curator heeft, anders dan het subonderdeel betoogt, wel gebruikgemaakt van art. 57 lid 3 Fw ten behoeve van de boedel omdat de vordering van Heineken een boedelvordering betreft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8aeb3f2fc230ab7d15832f771ec54b045bfda31738bda49f3395fe35426e328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8aeb3f2fc230ab7d15832f771ec54b045bfda31738bda49f3395fe35426e328, en de alinea staat in dat document op bytes 43622 tot 46082.