Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016
Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:242.
Volgens het arrest van Uw Raad slaagde de klacht van de subonderdelen 1.2.1 en 1.2.2, dat het hof ten onrechte op grond van de enkele omstandigheid dat de overeenkomst tot een bij de wet verboden prestatie verplicht, waarvan beide partijen zich bij het sluiten van de overeenkomst bewust waren, heeft geoordeeld dat de overeenkomst een verboden strekking heeft en dus nietig is (rov. 4.3). Indien een overeenkomst verplicht tot een door de wet verboden prestatie, aldus Uw Raad, dient de rechter in zijn beoordeling of de overeenkomst op die grond in strijd is met de openbare orde in elk geval te betrekken welke belangen door de geschonden regel worden beschermd, of door de inbreuk op de regel fundamentele beginselen worden geschonden, of partijen zich van de inbreuk op de regel bewust waren, en of de regel in een sanctie voorziet, en daarvan in de motivering van zijn oordeel rekenschap af te leggen (rov. 4.4). Na verwijzing zullen partijen in de gelegenheid zullen worden gesteld hun stellingen hieraan aan te passen (rov. 4.5). De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling (rov. 4.6).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0cf32548bfea435741b583398d5fbfc8fd57a2863560371b5772296ab9d13fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0cf32548bfea435741b583398d5fbfc8fd57a2863560371b5772296ab9d13fa, en de alinea staat in dat document op bytes 11683 tot 12807.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0cf32548bfea435741b583398d5fbfc8fd57a2863560371b5772296ab9d13fa | shasum -a 256