Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016

Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:242.

De klacht faalt. In mijn conclusie sub 3.26-3.32 voor HR 1 juni 2012, waarnaar ik verwijs, heb ik subonderdeel 1.4.1 (aanvang) van het middel van Esmilo in de eerste cassatieprocedure aldus opgevat dat deze (slechts) inhoudt dat het oordeel van het hof Amsterdam in rov. 4.11, eerste volzin, onbegrijpelijk is, omdat Esmilo in de (in het subonderdeel) genoemde vindplaatsen in de processtukken heeft uiteengezet dat en waarom de samenwerkingsconstructie niet in strijd was met artikel 37c Besluit. De uitleg van het hof Den Haag dat Esmilo met deze klacht slechts tot uitdrukking heeft willen brengen dat er geen aanleiding bestond om alternatieven te stellen nu zij uiteengezet had dat en waarom reeds het model niet in strijd was met artikel 37c Besluit is mijns inziens dan ook niet onbegrijpelijk. Ook het thans voorliggende subonderdeel 2.1.1 wijst op een andere duiding van het model, niet op de mogelijkheid van een ander model.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0cf32548bfea435741b583398d5fbfc8fd57a2863560371b5772296ab9d13fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0cf32548bfea435741b583398d5fbfc8fd57a2863560371b5772296ab9d13fa, en de alinea staat in dat document op bytes 45087 tot 46164.