Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:243.

Bij de beoordeling van het standpunt van de Staat c.s. stel ik voorop dat ik op voorhand weinig aannemelijk acht dat bij toepassing van de doorkruisingsleer een onderscheid zou moeten worden gemaakt, al naar gelang van de partij tegen wie de uitoefening van de betrokken privaatrechtelijke bevoegdheden zich richt . Overigens hebben ook de Staat c.s. in appel nog het standpunt ingenomen dat de hoedanigheid van de wederpartij op wie het overheidslichaam zijn kosten tracht te verhalen, niet van beslissende betekenis is :

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cac02df8d0a386f53cf7ff2f5e598dd5b5c33bfad414d4d3868c96d257c3280b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cac02df8d0a386f53cf7ff2f5e598dd5b5c33bfad414d4d3868c96d257c3280b, en de alinea staat in dat document op bytes 46132 tot 46793.