Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016

Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:243.

Subonderdeel 1.3 klaagt dat, indien het hof in de rov. 2.6 en 2.7 tot uitgangspunt zou hebben genomen dat de mogelijk langs privaatrechtelijke weg op de Staat te verhalen vergoeding wel in mindering is gebracht op de op grond van de Wrzo aan de Gemeenten betaalde vergoedingen, zijn beslissing, zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk is. Volgens het subonderdeel valt niet in te zien waarom het hof in dat geval het andersluidende daarop gerichte betoog van de Staat heeft verworpen, mede omdat het hof in rov. 1.4 heeft vastgesteld dat het besluit tot het vergoeden van kosten op de voet van de Wrzo onherroepelijk is geworden en niet heeft vastgesteld dat daarin de zojuist bedoelde vermindering was opgenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cac02df8d0a386f53cf7ff2f5e598dd5b5c33bfad414d4d3868c96d257c3280b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cac02df8d0a386f53cf7ff2f5e598dd5b5c33bfad414d4d3868c96d257c3280b, en de alinea staat in dat document op bytes 66120 tot 66908.