Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016

Onder 2.1 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:245.

“3.7 Grief 2 richt zich tegen rechtsoverweging 6.5 van het vonnis waarvan beroep, welke overweging hiervoor onder 3.2 zakelijk is samengevat. Ter toelichting van deze grief heeft [eiseres] aangevoerd dat niet [betrokkene] maar zij als contractante van Dexia moet worden aangemerkt. Zij stelt – zakelijk – dat zij de overeenkomst zelfstandig is aangegaan buiten medeweten van [betrokkene] en dat hij haar ook geen volmacht heeft gegeven om namens hem die overeenkomst te sluiten. Zij stelt het voorgedrukte aanmeldingsformulier buiten [betrokkene] om uit de post te hebben gehaald voordat deze dat formulier onder ogen had gekregen. [betrokkene] heeft nooit haar rechtshandelingen bekrachtigd, maar juist met zijn vernietigingsbrief van 25 oktober 2004 aangegeven het daarmee niet eens te zijn. [betrokkene] heeft ook nooit geweten – totdat [eiseres] hem dat omstreeks november 2003 vertelde – dat er betalingen ten behoeve van deze overeenkomst door Dexia van de rekening van [eiseres] zijn afgeschreven. Aldus nog steeds [eiseres] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8cfc1fd25c9486c3ce832a520688c109631b8d54e9e1a1fcbaa18c553d3f8b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8cfc1fd25c9486c3ce832a520688c109631b8d54e9e1a1fcbaa18c553d3f8b0, en de alinea staat in dat document op bytes 8805 tot 9861.