Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016

Onder 3.9. Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:245.

In rechtsoverweging 6.6 van het vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter overwogen dat, nu [eiseres] - als echtgenote van de contractant - geen (zelfstandig) beroep op de artikelen 1:88 en 89 BW heeft gedaan en aldus ook de overeenkomst niet op die gronden heeft vernietigd, de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen. Tegen die overweging is grief 3 gericht. Ter toelichting van die grief herhaalt [eiseres] dat zij als de contractspartij bij de overeenkomst met Dexia moet worden aangemerkt en niet haar echtgenoot [betrokkene] . Daarnaast voert zij aan dat de betalingen ten behoeve van de overeenkomst zijn gedaan van een rekening die uitsluitend op haar - [eiseres] - naam stond, dat [betrokkene] nimmer post van Dexia heeft geopend en [eiseres] die post altijd tussen de andere post heeft uitgehaald waardoor [betrokkene] deze niet onder ogen kreeg en dat [betrokkene] niet eerder dan in november 2003 van de overeenkomst op de hoogte is gekomen, waarna [betrokkene] bij de vernietigingsbrief van 25 oktober 2004 die overeenkomst tijdig op de voet van het bepaalde bij artikel 1:89 BW heeft vernietigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8cfc1fd25c9486c3ce832a520688c109631b8d54e9e1a1fcbaa18c553d3f8b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8cfc1fd25c9486c3ce832a520688c109631b8d54e9e1a1fcbaa18c553d3f8b0, en de alinea staat in dat document op bytes 11399 tot 12527.