Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:245.
De klachten lenen zich voor gezamenlijk behandeling. De klachten zijn alle gebaseerd op de veronderstelling dat het oordeel van het hof, dat Dexia er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [betrokkene] (en niet [eiseres] ) haar contractspartij was, berust op een vertegenwoordigingsconstructie. De onderdelen dienen mijns inziens te falen, omdat zij berusten op een onjuiste lezing van het arrest. Het hof heeft namelijk niet onderzocht of [betrokkene] als wederpartij van Dexia heeft te gelden, omdat [betrokkene] bij het sluiten van de overeenkomst, al dan niet bevoegd, door [eiseres] zou zijn vertegenwoordigd (art. 3:66 lid 1 respectievelijk art. 3:61 lid 2 BW). Het hof heeft onderzocht of Dexia er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat haar wederpartij [betrokkene] was en niet, zoals [eiseres] stelde, [eiseres] (art. 3:35 BW).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8cfc1fd25c9486c3ce832a520688c109631b8d54e9e1a1fcbaa18c553d3f8b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8cfc1fd25c9486c3ce832a520688c109631b8d54e9e1a1fcbaa18c553d3f8b0, en de alinea staat in dat document op bytes 16020 tot 16935.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a8cfc1fd25c9486c3ce832a520688c109631b8d54e9e1a1fcbaa18c553d3f8b0 | shasum -a 256