Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:247.

In rov. 4.10 overweegt het hof, anders dan de rechtbank, van oordeel te zijn dat hetgeen de zuster stelt tegenover de gemotiveerde betwisting door de broer nog niet is komen vast te staan. Het hof motiveert dit oordeel als volgt. De broer heeft de door de zuster gestelde vervalsing van de documenten X3 t/m X6 uitdrukkelijk betwist. Uit de grafologische onderzoeken die de zuster heeft laten verrichten blijkt niet onomstotelijk dat de broer deze documenten heeft vervalst al merkt het hof op dat de gang van zaken rond het vervaardigen van deze documenten vele vragen oproept. Dat de broer geen aangifte voor het schenkingsrecht heeft gedaan, dat hij pas op 4 mei 2006 aan de accountant de effectenoverdrachten meldt en tot dat moment daarover zwijgt en dat in het archief van de bank de opdrachtbrieven voor de effectenoverdrachten niet zijn terug te vinden zijn zowel op zich als bezien in onderlinge samenhang onvoldoende om de zuster (voorshands) in het door haar te leveren bewijs geslaagd te achten. Hetgeen de zuster overigens nog aanvoert kan dat niet anders maken, Nu de zuster bewijs aanbiedt, zal het hof haar daartoe toelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/812c52424ea1326ac9c705efb320a3b7dc7142886537fa39e52b2aa700159bbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 812c52424ea1326ac9c705efb320a3b7dc7142886537fa39e52b2aa700159bbe, en de alinea staat in dat document op bytes 20053 tot 21207.