Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:247.
In rov. 4.11 vervolgt het hof dat indien het mocht oordelen dat de zuster niet slaagt in het haar opgedragen bewijs, vervolgens in verband met de devolutieve werking van het hoger beroep aan de orde komt de in eerste aanleg onbesproken stelling van de zuster dat de effectenoverdrachten terecht zijn vernietigd wegens het ontbreken van de wil van erflaatster op grond van een geestelijke stoornis of vanwege misbruik van omstandigheden. Het hof, dat vaststelt dat de broer ook deze stelling betwist, oordeelt dat de zuster ook voor deze stelling de bewijslast draagt. Nu deze stelling hetzelfde feitencomplex betreft als de stelling tot het bewijs waarvan het hof de zuster in rov. 4.10 heeft toegelaten, ziet het hof aanleiding de zuster reeds nu ook op te dragen het bewijs daarvan te leveren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/812c52424ea1326ac9c705efb320a3b7dc7142886537fa39e52b2aa700159bbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 812c52424ea1326ac9c705efb320a3b7dc7142886537fa39e52b2aa700159bbe, en de alinea staat in dat document op bytes 21215 tot 22025.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/812c52424ea1326ac9c705efb320a3b7dc7142886537fa39e52b2aa700159bbe | shasum -a 256