Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016
Alinea 88 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:247.
De subsidiaire klacht dat het bewijsoordeel van het hof in het eindarrest onbegrijpelijk is, faalt eveneens. Het oordeel betreffende de vraag of het bewijs van een stelling afdoende is geleverd, is – als gezegd – een oordeel dat als verweven met waarderingen van feitelijke aard in cassatie slechts op onbegrijpelijkheid kan worden getoetst. In het licht van het probandum acht ik ’s hofs eindoordeel niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd. De gehoorde getuigen verklaren met uitzondering van de belastingadviseur en de broer niet over de authenticiteit van de documenten waarin de effectenoverdrachten zijn neergelegd, maar enkel over de geestesgesteldheid van de erflaatster. De belastingadviseur heeft niets toegevoegd aan zijn schriftelijke verklaringen die al zijn betrokken in het voorlopig bewijsoordeel van het tussenarrest terwijl de broer de te bewijzen stelling gemotiveerd en genuanceerd betwist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/812c52424ea1326ac9c705efb320a3b7dc7142886537fa39e52b2aa700159bbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 812c52424ea1326ac9c705efb320a3b7dc7142886537fa39e52b2aa700159bbe, en de alinea staat in dat document op bytes 42039 tot 42976.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/812c52424ea1326ac9c705efb320a3b7dc7142886537fa39e52b2aa700159bbe | shasum -a 256