Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016

Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:247.

Art. 7:176 BW luidt als volgt: “Indien de schenker feiten stelt waaruit volgt dat de schenking door misbruik van omstandigheden is tot stand gekomen, rust bij een beroep op vernietigbaarheid de bewijslast van het tegendeel op de begiftigde, tenzij van de schenking een notariële akte is opgemaakt of verdeling van de bewijslast in de gegeven omstandigheden in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zou zijn.” Misbruik van omstandigheden is aanwezig, aldus art. 3:44 BW, wanneer iemand die weet of moet weten dat een ander door bijzondere omstandigheden, zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling, het tot stand komen van die rechtshandeling bevordert, ofschoon hetgeen hij weet of moet begrijpen hem daarvan had behoren te onthouden. Het gaat hier om een niet limitatieve opsomming van bijzondere omstandigheden. Zie over misbruik van omstandigheden Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/261-271. In de parlementaire geschiedenis is art. 7:176 BW als volgt toegelicht:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/812c52424ea1326ac9c705efb320a3b7dc7142886537fa39e52b2aa700159bbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 812c52424ea1326ac9c705efb320a3b7dc7142886537fa39e52b2aa700159bbe, en de alinea staat in dat document op bytes 47347 tot 48463.