Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:25.
Op grond van art. 120 lid 1 Rv moeten op straffe van nietigheid alle voorschriften met betrekking tot het dagvaardingsexploot uit boek 1, titel 2, vierde van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de dagvaarding zijn opgenomen, behoudens de vermelding van verweren en de bewijsaandraagplicht (art. 120 lid 4 Rv). Een gebrek in een exploot van dagvaarding dat nietigheid meebrengt, kan bij exploot uitgebracht vóór de roldatum worden hersteld (art. 120 lid 2 Rv). Bij het uitbrengen van dat exploot moet volgens art. 120 lid 3 Rv de voor dagvaarding voorgeschreven termijn in acht worden genomen. Indien inachtneming van de termijn van dagvaarding meebrengt dat de roldatum niet kan worden gehandhaafd, moet een andere roldatum worden aangezegd. Deze regeling vindt zijn evenknie in art. 66 Rv dat ziet op de niet-naleving van de algemene voorschriften voor exploten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97d3e062cb09eb1163981751c61e25787ca6320ad4b03d58a2b1e1db07e52b55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97d3e062cb09eb1163981751c61e25787ca6320ad4b03d58a2b1e1db07e52b55, en de alinea staat in dat document op bytes 12586 tot 13475.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97d3e062cb09eb1163981751c61e25787ca6320ad4b03d58a2b1e1db07e52b55 | shasum -a 256