Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016
Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:25.
“3.4.3 Volgens vaste rechtspraak dient het geval dat wordt gedagvaard tegen een dag of uur waarop de rechter geen zitting houdt (hierna: foutieve verschijndag), niet te worden beschouwd als een in de art. 120-121 Rv bedoeld geval – in welk geval sprake is van een gebrek in de dagvaarding dat nietigheid meebrengt, waarvan herstel slechts mogelijk is met inachtneming van die bepalingen – maar als een verzuim dat op dezelfde wijze dient te worden beoordeeld als het in art. 125 lid 5 Rv bedoelde geval dat is verzuimd om het exploot van dagvaarding tijdig ter griffie in te dienen (vgl. HR 30 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6248, NJ 2007/501, rov. 3.4.3, HR 11 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7203, NJ 2011/528, rov. 2.3, en HR 11 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7201, rov. 2.3). In door art. 125 lid 5 Rv bestreken gevallen kan herstel van het verzuim plaatsvinden op de in die bepaling voorgeschreven wijze, dat wil zeggen: door binnen twee weken na de in het oorspronkelijke exploot vermelde roldatum een geldig herstelexploot uit te brengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97d3e062cb09eb1163981751c61e25787ca6320ad4b03d58a2b1e1db07e52b55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97d3e062cb09eb1163981751c61e25787ca6320ad4b03d58a2b1e1db07e52b55, en de alinea staat in dat document op bytes 15292 tot 16357.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97d3e062cb09eb1163981751c61e25787ca6320ad4b03d58a2b1e1db07e52b55 | shasum -a 256