Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:25.

Ter onderbouwing van haar verzoek voert [B] aan dat in redelijkheid niet kan worden volgehouden dat het — als gevolg van een fout van de deurwaarder — in de cassatiedagvaarding vermelden van Seacon Group in plaats van Seacon Logistics enige onzekerheid heeft (kunnen) doen ontstaan over de vraag tegen wie het cassatieberoep zich richtte. Voor zowel [C] , als enig (middellijk) bestuurder van Seacon Group en Seacon Logistics, als de advocaat van de beide vennootschappen in feitelijke instanties, bij wie de cassatiedagvaarding op de voet van art. 63 Rv eveneens is betekend, moet aanstonds duidelijk zijn geweest dat de vermelding van Seacon Group in het exploot op een vergissing berustte, nu de vordering van Seacon Group was afgewezen en de in de cassatiedagvaarding opgenomen middelen zich om die reden uitsluitend richten tegen de toewijzing van de vordering van Seacon Logistics. De cassatiedagvaarding moet geacht worden Seacon Logistics binnen de cassatietermijn te hebben bereikt. De omissie is bovendien tijdig hersteld. Aangezien Seacon Logistics gelegenheid heeft om verweer te voeren, is zij niet in haar belangen geschaad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97d3e062cb09eb1163981751c61e25787ca6320ad4b03d58a2b1e1db07e52b55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97d3e062cb09eb1163981751c61e25787ca6320ad4b03d58a2b1e1db07e52b55, en de alinea staat in dat document op bytes 23917 tot 25073.