Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2016

Onder 5.8 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:28.

“36. Uit de rechtspraak blijkt ook dat, nu richtlijn 2006/112 geen concrete bepaling bevat over de bewijzen die de belastingplichtigen moeten leveren om in aanmerking te komen voor btw-vrijstelling, het aan de lidstaten staat om overeenkomstig artikel 131 van richtlijn 2006/112 de voorwaarden vast te stellen waaronder zij intracommunautaire leveringen vrijstellen om een juiste en eenvoudige toepassing van deze vrijstellingen te verzekeren en alle fraude, ontwijking en misbruik te voorkomen. Bij de uitoefening van hun bevoegdheden moeten de lidstaten evenwel de algemene rechtsbeginselen naleven die deel uitmaken van de rechtsorde van de Unie, waaronder met name het rechtszekerheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel (zie in die zin arrest van 27 september 2007, Collée, C-146/05, Jurispr. blz. I-7861, punt 24, en reeds aangehaalde arresten Twoh International, punt 25; X, punt 35, en R., punten 43 en 45).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b614a47d73c36cedfaf1cfd26bbf31b996d238d959b910675930ff08bde25382. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b614a47d73c36cedfaf1cfd26bbf31b996d238d959b910675930ff08bde25382, en de alinea staat in dat document op bytes 62478 tot 63514.