Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2016
Onder 6.15 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:28.
Het lijkt er dus op dat het HvJ onderscheid maakt tussen zelf frauderen en het (behoren) te weten van de fraude van een ander. Indien de belastingplichtige zelf fraudeert, is niet voldaan aan de voorwaarden voor een economische activiteit en heeft de belastingplichtige om die reden geen recht op aftrek. Van de iets minder grote schurk, die niet zelf fraudeert maar wel weet heeft (of behoorde te hebben) van fraude elders in de leveringsketen, kan – zo lijkt het althans – niet gezegd worden dat niet wordt voldaan aan alle voorwaarden voor een economische activiteit. Systematisch kan ik dit niet goed volgen. Hoe het ook zij, het resultaat is hetzelfde. Ook in de gevallen dat een belastingplichtige niet zelf fraudeert en strikt genomen is voldaan aan alle voorwaarden voor een economische activiteit, wordt het recht op aftrek hem geweigerd indien hij weet heeft of had moeten hebben van fraude elders in de keten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b614a47d73c36cedfaf1cfd26bbf31b996d238d959b910675930ff08bde25382. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b614a47d73c36cedfaf1cfd26bbf31b996d238d959b910675930ff08bde25382, en de alinea staat in dat document op bytes 107401 tot 108338.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b614a47d73c36cedfaf1cfd26bbf31b996d238d959b910675930ff08bde25382 | shasum -a 256