Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2016
Onder 3.26 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:28.
In het navolgende zal ik met name aandacht besteden aan het antwoord op de eerste vraag die aan het HvJ is voorgelegd. Ik ga daarbij veronderstellenderwijs ervan uit dat belanghebbende wist of had moeten weten dat zij betrokken was bij btw-fraude. Ik kan het verwijzingsarrest niet anders lezen dan dat de Hoge Raad dat uitgangspunt ook heeft gehanteerd. Nu het Hof in het midden heeft gelaten wat de betrokkenheid van belanghebbende bij de fraude is geweest, zal daarover nog een oordeel moeten worden verkregen van een verwijzingshof. Het standpunt van de Staatssecretaris dat zonder nader feitenonderzoek kan worden aangenomen dat belanghebbende wist of had moeten weten dat zij deelnam aan btw-fraude , kan mijns inziens niet als juist worden aanvaard. Het antwoord op de tweede vraag (dat niet van belang is waar de fraude heeft plaatsgevonden en of belanghebbende heeft voldaan aan alle formele voorwaarden) acht ik dermate duidelijk dat ik daaraan niet uitgebreid aandacht besteed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b614a47d73c36cedfaf1cfd26bbf31b996d238d959b910675930ff08bde25382. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b614a47d73c36cedfaf1cfd26bbf31b996d238d959b910675930ff08bde25382, en de alinea staat in dat document op bytes 38456 tot 39521.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b614a47d73c36cedfaf1cfd26bbf31b996d238d959b910675930ff08bde25382 | shasum -a 256