Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2016

Onder 5.4 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:282.

In het arrest van 29 augustus 1997 dreven vader en zoon gezamenlijk een (transparante) commanditaire vennootschap. Vader (commandiet) had zoon (beherend vennoot) een lening verstrekt. Aan de orde was de vraag of deze vordering door de vader aan zijn privévermogen toegerekend diende te worden. Het gerechtshof te Amsterdam oordeelde dat de vader vanwege de familieband middelen aan zijn zoon had verschaft om een zaak op te zetten, en dat de lening derhalve tot zijn privévermogen moest worden gerekend. De Hoge Raad oordeelde in cassatie:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7da474fe04d04bb743b9600990a49a3b4188d87f4d5265de1c16d9ab78c72b2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7da474fe04d04bb743b9600990a49a3b4188d87f4d5265de1c16d9ab78c72b2f, en de alinea staat in dat document op bytes 38779 tot 39397.