Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2016

Onder 2.3. Parket bij de Hoge Raad 12 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:282.

In de eerste plaats kan worden gewezen op HR 7 juni 1939, B 6921, dat betrekking heeft op de heffing van de dividend- en tantièmebelasting. De belanghebbende in deze zaak had bij een bank een lening opgenomen en voor eenzelfde bedrag een lening verstrekt aan een gelieerde vennootschap. Hoewel niet aanstonds duidelijk was dat deze vennootschap het door de belanghebbende uitgeleende bedrag niet of niet ten volle zou kunnen terugbetalen, bleek dit enige jaren later toch het geval te zijn. In geschil was of het aldus door de belanghebbende geleden verlies moest worden aangemerkt als een verkapte winstuitdeling. Dit was volgens de Hoge Raad het geval indien het risico dat de gelieerde vennootschap de doorgeleende gelden niet of niet ten volle zou kunnen terugbetalen, door de belanghebbende niet was aanvaard op grond van zakelijke overwegingen, maar ten behoeve van haar aandeelhouders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7da474fe04d04bb743b9600990a49a3b4188d87f4d5265de1c16d9ab78c72b2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7da474fe04d04bb743b9600990a49a3b4188d87f4d5265de1c16d9ab78c72b2f, en de alinea staat in dat document op bytes 50152 tot 51059.