Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2016

Onder 4.6. Parket bij de Hoge Raad 12 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:282.

De, volgende vraag die dan moet worden beantwoord is of eiseres en haar echtgenoot ter zake van de kwijtschelding van de vordering tot een bedrag van € 134.152 en de afwaardering van de vordering met € 100.000 wegens oninbaarheid, waarna nog een bedrag van € 100.000 resteert, een verlies kunnen nemen. Hiervoor rust de bewijslast op eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres aan deze bewijslast voldaan. Verweerder heeft op dit punt geen verweer gevoerd maar zich uitsluitend gericht op het ontstaan van de vordering. Gelet hierop en op de door eiseres ingebrachte stukken over de inkomens- en vermogenspositie van de zoon en de afwijzing van de financieringsaanvraag door de Rabobank, is de rechtbank van oordeel dat eiseres en haar echtgenoot terecht een verlies van € 234.152 in aanmerking hebben genomen wegens kwijtschelding en oninbaarheid van de vordering van de maatschap op de zoon. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat niet de gehele vordering als verlies is genomen maar slechts een gedeelte daarvan. Het aandeel van eiseres in het verlies is € 117.076 hetgeen, overeenkomstig de berekening op pagina 6 van het beroepschrift, resulteert in een ondernemingsverlies van € 132.464.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7da474fe04d04bb743b9600990a49a3b4188d87f4d5265de1c16d9ab78c72b2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7da474fe04d04bb743b9600990a49a3b4188d87f4d5265de1c16d9ab78c72b2f, en de alinea staat in dat document op bytes 22951 tot 24189.