Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2016
Onder 5.1 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:282.
Op 8 december 1954 wees de Hoge Raad arrest in een zaak waarin een vader vanuit diens onderneming vorderingen had op de onderneming van zijn zoon. De vorderingen waren ontstaan bij de ontbinding van de voorheen gezamenlijk gedreven maatschap. De zoon had meer opgenomen dan waar hij gezien de maatschapsverhoudingen recht op had. De vraag was of het afwaarderingsverlies wegens oninbaarheid als verlies uit onderneming aftrekbaar was. De Hoge Raad oordeelde:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7da474fe04d04bb743b9600990a49a3b4188d87f4d5265de1c16d9ab78c72b2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7da474fe04d04bb743b9600990a49a3b4188d87f4d5265de1c16d9ab78c72b2f, en de alinea staat in dat document op bytes 32867 tot 33402.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7da474fe04d04bb743b9600990a49a3b4188d87f4d5265de1c16d9ab78c72b2f | shasum -a 256