Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016

Onder 2.5. Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:286.

Het cassatiemiddel berust niet op de stelling dat de arts die het psychiatrisch onderzoek heeft verricht, bij de behandeling betrokken zou zijn (geweest). Blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg is aangevoerd dat de psychiater die de verklaring heeft opgemaakt dezelfde is die in juni 2015 een geneeskundige verklaring had opgesteld . De Wet Bopz verzet zich niet ertegen dat de rechter een machtiging tot voortgezet verblijf verleent, wanneer bij het verzoek van de officier van justitie een verklaring is gevoegd van een psychiater die dezelfde patiënt eerder heeft onderzocht met het oog op een te verlenen rechterlijke machtiging . Kennelijk zoekt de klacht aansluiting bij de hiervoor aangehaalde rechtspraak, vanuit de gedachte dat de geneesheer-directeur niet ‘onafhankelijk’ is omdat nog geen jaar is verlopen sinds hij een geneeskundige verklaring over betrokkene had opgesteld. Die klacht faalt, omdat een psychiater die het onderzoek verricht dat aan een verklaring met het oog op een rechterlijke machtiging ten grondslag ligt, daarmee nog geen behandelrelatie met de betrokken patiënt heeft .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3cbe885022415b0555d13a120982ed6241b3f5b91b6f2b858b239a55f5e0c069. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3cbe885022415b0555d13a120982ed6241b3f5b91b6f2b858b239a55f5e0c069, en de alinea staat in dat document op bytes 11935 tot 13283.