Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016
Onder 3.2.1 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:288.
Terecht heeft het hof tot uitgangspunt genomen dat hetgeen in het proces-verbaal is opgenomen ook daadwerkelijk ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is besproken. Het proces-verbaal is immers een authentieke akte, waaraan ingevolge art. 157 lid 1 Rv tegenover een ieder dwingende bewijskracht toekomt met betrekking tot hetgeen daarin door de rechter en de griffier is verklaard omtrent hun waarnemingen en verrichtingen ter zitting. Het hof is dus terecht uitgegaan van de juistheid van hetgeen in het proces-verbaal is opgenomen, behoudens tegenbewijs. Het was dus, zoals het hof terecht overweegt, aan [verzoekster] om feiten en omstandigheden te stellen waaruit kan worden afgeleid dat de datum waarop uitspraak zou worden gedaan níet op de mondelinge behandeling kenbaar is gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c33b9aedee4f0ecf20332542a58f1edc020c9992563b22331808e72f8800e25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c33b9aedee4f0ecf20332542a58f1edc020c9992563b22331808e72f8800e25, en de alinea staat in dat document op bytes 17116 tot 17992.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8c33b9aedee4f0ecf20332542a58f1edc020c9992563b22331808e72f8800e25 | shasum -a 256