Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016
Onder 3.2.2 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:288.
Dat het hof ambtshalve dient te onderzoeken of [verzoekster] al dan niet ontvankelijk is in haar hoger beroep maakt het voorgaande niet anders. Het hof heeft dit onderzoek blijkens de rov. 2.4 tot en met 2.7 (uitgebreid) verricht. Daarbij geldt in het bijzonder dat niet valt in te zien welke toegevoegde waarde het zou hebben gehad als het hof bij de rechtbank inlichtingen zou hebben opgevraagd of verklaringen had genomen van degenen die ter zitting aanwezig waren, zoals het cassatieverzoekschrift betoogt. Hetgeen volgens de rechtbank ter zitting is besproken is immers opgenomen in het proces-verbaal. De overige aanwezigen op de zitting heeft het hof gevraagd naar hun verklaring, welke verklaring het hof ook bij de beoordeling heeft betrokken (zie rov. 2.4 en 2.5). De onder 2.1 van het cassatieverzoekschrift opgenomen rechtsklacht faalt daarmee.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c33b9aedee4f0ecf20332542a58f1edc020c9992563b22331808e72f8800e25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c33b9aedee4f0ecf20332542a58f1edc020c9992563b22331808e72f8800e25, en de alinea staat in dat document op bytes 18083 tot 18953.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8c33b9aedee4f0ecf20332542a58f1edc020c9992563b22331808e72f8800e25 | shasum -a 256