Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016
Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:288.
Nu G.in eerste aanleg niet werd bijgestaan door een advocaat en niet blijkt dat hem (in overeenstemming met art. 3.1.4.1 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken) de precieze dag van de uitspraak is medegedeeld, onder vermelding dat hij vanaf dat moment telefonisch naar de uitspraak kon informeren, is sprake van een verzuim van de rechtbank als gevolg waarvan G. redelijkerwijs niet hoefde te weten op welke dag de rechtbank uitspraak had gedaan. De verklaring van G. dat hij wist dat hij twee weken na de mondelinge behandeling bij de rechtbank een uitspraak kon verwachten, kan dan ook niet het andersluidende oordeel van het hof dragen. Gelet op de hiervoor in 3.4 genoemde rechtspraak had het hof behoren te onderzoeken of de uitspraak van de rechtbank als gevolg van een niet aan G. toe te rekenen fout of verzuim pas na afloop van de termijn voor het instellen van hoger beroep aan hem is toegezonden of verstrekt. De hierop gerichte klachten slagen.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c33b9aedee4f0ecf20332542a58f1edc020c9992563b22331808e72f8800e25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c33b9aedee4f0ecf20332542a58f1edc020c9992563b22331808e72f8800e25, en de alinea staat in dat document op bytes 25034 tot 26058.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8c33b9aedee4f0ecf20332542a58f1edc020c9992563b22331808e72f8800e25 | shasum -a 256