Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:288.

Het cassatieverzoekschrift stelt terecht dat blijkens het proces-verbaal op de zitting van 1 juli 2015 niet is meegedeeld dat en vanaf welk tijdstip telefonisch navraag kon worden gedaan naar de uitspraak, terwijl dit op grond van het procesreglement wel verplicht is (omstandigheid ii). Kennelijk heeft het cassatieverzoekschrift daarbij het oog op rov. 3.6 van de Hoge Raad in het hierboven geciteerde arrest, waarin de Hoge Raad verwijst naar deze verplichting uit het procesreglement. Dat de Hoge Raad daarbij bedoeld heeft dat ook in de gevallen waarin wel de datum waarop uitspraak zal worden gedaan wordt meegedeeld, maar er daarbij niet wordt gezegd dat en vanaf welk moment telefonisch navraag naar de uitspraak kan worden gedaan sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding lijkt mij niet voor de hand te liggen. In het geciteerde arrest waren beide punten niet meegedeeld. De Hoge Raad concludeert daarop in diezelfde rov. 3.6 dat sprake is “van een verzuim van de rechtbank als gevolg waarvan G. redelijkerwijs niet hoefde te weten op welke dag de rechtbank uitspraak had gedaan ”. En dát moest [verzoekster] redelijkerwijs nu juist wel weten. Deze omstandigheid had het hof derhalve niet tot een ander oordeel moeten brengen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c33b9aedee4f0ecf20332542a58f1edc020c9992563b22331808e72f8800e25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c33b9aedee4f0ecf20332542a58f1edc020c9992563b22331808e72f8800e25, en de alinea staat in dat document op bytes 28674 tot 30039.