Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016
Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:288.
Voorts is aangevoerd dat [verzoekster] tijdens de procedure bij de rechtbank niet over rechtsbijstand beschikte (omstandigheid (iii)). Het hof heeft dit in rov. 2.4 onderkend, maar vervolgens kennelijk niet van voldoende gewicht geacht. Dat oordeel lijkt mij in de gegeven omstandigheden juist. Dat de Hoge Raad aan het al dan niet aanwezig zijn van rechtsbijstand waarde hecht blijkt onder meer uit de hiervoor reeds aangehaalde rov. 3.6 van het arrest van 11 juli 2014. Dat is als uitgangspunt m.i. terecht. Toch zou ik er voor willen pleiten om in het onderhavige geval het ontbreken van rechtsbijstand niet van doorslaggevend belang te achten. [verzoekster] werd in de procedure bij de rechtbank immers wel bijgestaan door haar beschermingsbewindvoerder, die als professionele en ervaren partij in deze heeft te gelden. Daarbij merk ik op dat de beschermingsbewindvoerder in ieder geval in staat was om op het moment dat hij – naar [verzoekster] stelt – daadwerkelijk bekend werd met het bestaan van de uitspraak vrijwel direct een beroepsschrift bij het hof in te dienen en contact op te nemen met een advocaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c33b9aedee4f0ecf20332542a58f1edc020c9992563b22331808e72f8800e25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c33b9aedee4f0ecf20332542a58f1edc020c9992563b22331808e72f8800e25, en de alinea staat in dat document op bytes 30119 tot 31253.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8c33b9aedee4f0ecf20332542a58f1edc020c9992563b22331808e72f8800e25 | shasum -a 256