Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016

Onder 1.10 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:289.

Bij tussenvonnis van 8 oktober 2012 heeft het GEA overwogen dat de vraag ter beoordeling ligt of de overeengekomen rente van 6% per jaar al dan niet is inbegrepen in de aan [verzoekster] verstrekte geldlening (rov. 4.2). Het GEA is van oordeel dat voor het antwoord op de vraag hoe in schriftelijke contracten de verhouding tussen partijen is geregeld, het aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, waarbij van belang kan zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht (de Haviltex-maatstaf) (rov. 4.5). In de hypotheekakte van 2 april 2009 staat dat partijen rente overeengekomen zijn. Partijen hebben verschillende standpunten omtrent de hoogte van de hoofdsom. Het GEA heeft daarom de zaak naar de rol verwezen voor akte van uitlating zijdens [verzoekster] en iedere verdere beslissing aangehouden (rov. 4.6-4.10).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/794c095b2f20d347fa74466c9bf1771585ca97bfa6e4c11ea1d8b9f99c08c415. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 794c095b2f20d347fa74466c9bf1771585ca97bfa6e4c11ea1d8b9f99c08c415, en de alinea staat in dat document op bytes 12135 tot 13202.