Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016

Onder 1.7. Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:291.

“(…) dat het ervoor moet worden gehouden dat de aan hem uitgekeerde beëindigingsvergoeding geen betrekking heeft op pensioenschade, maar dat er enkel sprake is van suppletie van toekomstig gederfd inkomen. De vrouw heeft dit niet betwist, maar daartegenover gesteld dat de man deze uitkering (deels) bedoeld heeft als pensioenaanvulling. Deze bedoeling van de man – voor zover die al zou bestaan – kan naar het oordeel van het hof echter niet het karakter van de door de man van zijn werkgever ontvangen vergoeding wijzigen. Aldus is verevening van deze vergoeding niet aan de orde. Aangezien tot het vermogen van de B.V. alleen de beëindigingsvergoeding behoort en daartegenover de vordering van de man als schuld staat, moet het er voor worden gehouden dat de waarde van de aandelen nihil bedraagt.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71dca0293bb308b4142752ab4af412d6497d0ba7d6ec53b69769fe5061742731. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71dca0293bb308b4142752ab4af412d6497d0ba7d6ec53b69769fe5061742731, en de alinea staat in dat document op bytes 11612 tot 12438.