Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016
Onder 2.1. Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:291.
Een aanspraak op periodieke uitkeringen wordt aangeduid als een stamrecht. De regeling in art. 11, lid 1 onder g, Wet op de loonbelasting 1964 gold tot 1 januari 2014 en placht te worden aangeduid als: de stamrechtvrijstelling. Omdat niet de aanspraak op uitkeringen tot het te belasten inkomen wordt gerekend, maar te zijner tijd de uitkeringen, kan het vanwege de opbouw van het belastingtarief voor een werknemer fiscaal aantrekkelijk zijn, een door de werkgever verschuldigde ontslagvergoeding rechtstreeks te laten storten in een zogenaamde stamrecht B.V. De staatssecretaris van Financiën stelde voorwaarden aan het honoreren door de Belastingdienst van een beroep op deze vrijstelling. Daartoe behoort de aan jurisprudentie ontleende regel, dat een stamrecht niet is vrijgesteld wanneer het stamrecht voorziet in andere opbrengsten dan uitsluitend periodieke uitkeringen. Dit betekent dat de stamrechtvrijstelling niet van toepassing is wanneer in de overeenkomst een afkoopmogelijkheid is bedongen .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71dca0293bb308b4142752ab4af412d6497d0ba7d6ec53b69769fe5061742731. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71dca0293bb308b4142752ab4af412d6497d0ba7d6ec53b69769fe5061742731, en de alinea staat in dat document op bytes 14377 tot 15525.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/71dca0293bb308b4142752ab4af412d6497d0ba7d6ec53b69769fe5061742731 | shasum -a 256