Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016

Onder 2.3. Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:291.

Middelonderdeel 1 (cassatierekest blz. 21 – 22, ingeleid op blz. 16 − 21) klaagt dat het hof van een onjuiste rechtsopvatting, dan wel van een onbegrijpelijke gedachtegang, is uitgegaan door in rov. 13 – 15 van zijn tussenbeschikking (geciteerd hiervoor) te oordelen dat de enkele omstandigheid dat de beëindigingsvergoeding die de man heeft ontvangen door hemzelf en zijn gewezen werkgever (deels) is aangemerkt als vergoeding voor verlies van toekomstig (arbeids)inkomen, reeds meebrengt dat de uitkeringen, die vanuit deze vergoeding worden voldaan en betrekking hebben op de periode nadat de huwelijksgoederengemeenschap is ontbonden, verknocht zijn aan de man. In beginsel is een aanspraak op een ontslagvergoeding niet verknocht, tenzij de grond waarop tot verknochtheid wordt geconcludeerd (hier: vervanging van inkomen dat de man bij veronderstelde voortzetting van zijn dienstverband zou hebben ontvangen, ook ná de ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap) tot uitdrukking komt in de aard van het verkregen goed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71dca0293bb308b4142752ab4af412d6497d0ba7d6ec53b69769fe5061742731. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71dca0293bb308b4142752ab4af412d6497d0ba7d6ec53b69769fe5061742731, en de alinea staat in dat document op bytes 16615 tot 17715.