Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016

Onder 2.3. Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:291.

Volgens de toelichting op deze klacht kunnen de aanspraken van de man, zelfs wanneer zij oorspronkelijk − in de beëindigingsovereenkomst met zijn werkgever − het karakter hadden van vervanging van toekomstig inkomen dat de man bij veronderstelde voortzetting van het dienstverband zou hebben genoten, deze aard niet (meer) hebben nadat het geld eenmaal is ingebracht in een stamrecht B.V. Nadat de stamrecht B.V. de verplichting tot periodieke uitkering heeft overgenomen van de gewezen werkgever, kan de gerechtigde (hier: de man) zelf bepalen wanneer welk bedrag wordt uitgekeerd. De oorspronkelijke bestemming van de aanspraken is daarmee losgelaten. Met andere woorden: uit de aard der zaak wordt bij een stamrecht B.V., zoals in casu, geen onderscheid (meer) gemaakt tussen aanspraken die zien op de periode vóór ontbinding van de gemeenschap en aanspraken die zien op de periode na ontbinding. Juist dat onderscheid was voor de Hoge Raad in de (hierna te bespreken) beschikking van 17 oktober 2008 reden om in dat geval tot een gedeeltelijke verknochtheid te besluiten, aldus de vrouw (cassatierekest punt 2.29).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71dca0293bb308b4142752ab4af412d6497d0ba7d6ec53b69769fe5061742731. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71dca0293bb308b4142752ab4af412d6497d0ba7d6ec53b69769fe5061742731, en de alinea staat in dat document op bytes 17725 tot 18898.