Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016

Onder 2.4. Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:291.

had het hof zich de vraag behoren te stellen: welke aanspraken de man gedurende het bestaan van de gemeenschap van goederen geldend had kunnen maken. De klacht is subsidiair aan onderdeel 1 voorgedragen. Indien (met het hof) ervan moet worden uitgegaan dat de aanspraken van de man (deels) het karakter hebben van vervanging voor toekomstig inkomen uit arbeid en dat die kwalificatie voldoende is om de aanspraken die zien op de periode na ontbinding van het huwelijk als aan hem verknocht te beschouwen, dient bij de vaststelling wat wel of niet in de gemeenschap van goederen valt, ervan te worden uitgaan: (i) dat de vergoeding diende ter overbrugging van de periode tot ten hoogste het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en (ii) dat niet beslissend is welke uitkeringen tijdens het bestaan van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen zijn gedaan, maar: welke aanspraken de begunstigde (hier: de man) tijdens het bestaan van de huwelijksgoederengemeenschap geldend had kunnen maken ter compensatie van het verlies aan arbeidsinkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71dca0293bb308b4142752ab4af412d6497d0ba7d6ec53b69769fe5061742731. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71dca0293bb308b4142752ab4af412d6497d0ba7d6ec53b69769fe5061742731, en de alinea staat in dat document op bytes 19447 tot 20547.