Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016

Onder 2.9. Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:291.

In de vakliteratuur is enige discussie ontstaan over de betekenis die aan deze overweging moet worden gegeven. Onder verwijzing naar de jurisprudentie over verknochtheid van in één keer uitbetaalde vergoedingen aan ongevalsslachtoffers (zie alinea 2.7 hiervoor), is wel beweerd dat de Hoge Raad 17 oktober 2008 is ‘omgegaan’ en als algemene regel zou hebben aanvaard dat een ontslagvergoeding naar haar aard, dus als zodanig, verknocht is aan de ontslagen echtgenoot voor zover zij strekt tot vervanging van toekomstig inkomen uit arbeid dat deze echtgenoot in de periode na de datum van ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap zou hebben genoten bij een − veronderstelde − voortzetting van zijn dienstbetrekking . Dat lees ik in de beschikking van 17 oktober 2008 niet . De Hoge Raad stelde in die beschikking een (in één keer uitbetaalde) ontslaguitkering tegenover de vaste aanspraken van de echtgenoot jegens een verzekeringmaatschappij. Door mij geparafraseerd: de aard van de vergoeding was niet wezenlijk gewijzigd door het feit dat het geld is ondergebracht bij die verzekeringmaatschappij: gemeten naar de bestemming, het bedrag en het tijdstip van uitbetaling van de uitkeringen was sprake van vervanging van inkomen uit arbeid. Dat wil niet zeggen dat dit ook geldt ingeval de vergoeding is gestort in een stamrecht B.V. Dat is – als ik het goed zie − nog een open vraag. Verscheidene auteurs hebben deze vraag negatief of geclausuleerd beantwoord . De inhoud van de stamrecht overeenkomst speelt hierbij een rol. De rechtspraak na 17 oktober 2008 is onvermijdelijk casuïstisch, maar lijkt op dit specifieke punt verdeeld. In het cassatierekest is hiervan ook melding gemaakt. Er zijn uitspraken waarin verknochtheid werd aangenomen, onder verwijzing naar de beschikking van de Hoge Raad van 17 oktober 2008 . Daartegenover staat een drietal uitspraken van het gerechtshof Amsterdam, die meer in lijn liggen met de rechtsopvatting die in het huidige cassatiemiddel wordt verdedigd, te weten: dat de omstandigheid dat de begunstigde echtgenoot kan beïnvloeden of de aanspraken wel of niet tot uitkering komen gedurende het bestaan van de huwelijksgoederengemeenschap, in de weg staat aan het aannemen van verknochtheid .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71dca0293bb308b4142752ab4af412d6497d0ba7d6ec53b69769fe5061742731. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71dca0293bb308b4142752ab4af412d6497d0ba7d6ec53b69769fe5061742731, en de alinea staat in dat document op bytes 27497 tot 30116.