Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016

Onder 2.11. Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:291.

Indien de Hoge Raad het standpunt van de vrouw volgt, hetgeen ik hierbij voorstel, is de aanvankelijke, door de man en de voormalige werkgeefster aan de vergoeding gegeven kwalificatie (‘vergoeding voor verlies van toekomstig (arbeids)inkomen’) inderdaad niet voldoende om daarop het oordeel te baseren dat de aard van een vergoeding voor verlies van toekomstig arbeidsinkomen heeft behouden en in het bijzonder verknocht is aan de man, ook nadat deze aanspraak op periodieke uitkeringen de vorm had gekregen van een vordering op de stamrecht B.V. Daarom slaagt middelonderdeel 1. Voor mij heeft de doorslag gegeven het argument van de vrouw dat het nadeel, ter compensatie waarvan de ontslagvergoeding is verstrekt in de redenering van het hof, de huwelijksgoederengemeenschap zou treffen voor zover de vergoeding ziet op het tijdvak tot aan de datum van ontbinding van deze gemeenschap. Zou de dienstbetrekking zijn voortgezet en zou de man loon hebben ontvangen, dan zou dit loon in de gemeenschap zijn gevallen zolang de huwelijksgoederengemeenschap bestaat. Bij deze benadering wordt relevant, wat in de aangehaalde overweging uit de beschikking van 17 oktober 2008 precies is bedoeld met de woorden “zien op”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71dca0293bb308b4142752ab4af412d6497d0ba7d6ec53b69769fe5061742731. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71dca0293bb308b4142752ab4af412d6497d0ba7d6ec53b69769fe5061742731, en de alinea staat in dat document op bytes 31970 tot 33206.