Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016
Onder 3.36 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:292.
In rov. 3.8 is het hof ingegaan op de bezwaren van [verzoekster] tegen het feit dat de rechtbank (aanvankelijk) ex parte op het verzoek van de curatoren heeft beslist (de grieven 2 en 4). Dat de rechtbank dat heeft gedaan, heeft het hof kunnen billijken, gelet op de gerechtvaardigde vrees voor wanbeleid, de ernst en de spoedeisendheid van de situatie nu het gaat om een omvangrijke groep vennootschappen in financiële moeilijkheden (zie de tweede volzin van rov. 3.8). Het hof heeft in zijn motivering verwezen naar zijn overwegingen in rov. 3.6. Tegen dit oordeel richt klacht 5.2 zich overigens niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf5e3aeece12d64c679f0368ca61537073909e8fbe9169bf8345c9d9a935b09b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf5e3aeece12d64c679f0368ca61537073909e8fbe9169bf8345c9d9a935b09b, en de alinea staat in dat document op bytes 53810 tot 54463.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf5e3aeece12d64c679f0368ca61537073909e8fbe9169bf8345c9d9a935b09b | shasum -a 256