Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Alinea 183 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:299.

8. De wettelijke regeling van de herziening (ten voordele) is bij Wet van 8 juni 2012, Stb. 275 gewijzigd. Daarbij is het zogenoemde novumbegrip verruimd. Door de wijziging van ‘omstandigheid’ in ‘gegeven’ in art. 457, eerste lid, onder c, Sv heeft de wetgever buiten twijfel willen stellen dat ook deskundigeninzichten onder omstandigheden een novum kunnen opleveren. Met de genoemde wetswijziging is de vraag onder welke voorwaarden een oordeel van een deskundige kan worden aangemerkt als een novum nog niet beantwoord. Het buitengewone rechtsmiddel van herziening is bestemd voor uitzonderlijke gevallen. Een verschil van inzicht tussen deskundigen is verre van uitzonderlijk. Evenmin is uitzonderlijk dat deskundigen het bewijsmateriaal anders waarderen dan de rechter heeft gedaan. Het voorafgaande betekent dat aanknopingspunten nodig zijn om te beoordelen onder welke omstandigheden een deskundigenoordeel als een novum kan worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d, en de alinea staat in dat document op bytes 45370 tot 46406.