Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Alinea 185 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:299.

10. De onderstaande beschouwingen beogen bij te dragen aan de gedachtevorming, zonder dat de pretentie bestaat dat pasklare criteria kunnen worden ontworpen. Daarbij steun ik op het werk van mijn genoemde ambtgenoten. Doordat Aben in zijn genoemde conclusie reeds uitvoerig op de achtergronden van de wetswijziging en op enkele buitenlandse equivalenten is ingegaan, zal ik mij in dat verband beperken tot enkele hoofdlijnen, die van betekenis zijn voor de waardering van deskundigeninzichten in de herzieningsprocedure. Vervolgens zal ik bezien of aanknopingspunten kunnen worden gegeven voor de beoordeling of een oordeel van een deskundige een novum in de zin van art. 457, eerste lid, onder c, Sv oplevert. Daartoe wordt onder meer aandacht besteed aan de wetsgeschiedenis en de rechtspraak van de Hoge Raad. Ook de verhouding tot het oude novumbegrip komt aan bod. Ten slotte keer ik terug naar de voorliggende zaak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d, en de alinea staat in dat document op bytes 47807 tot 48741.