Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016
Alinea 191 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:299.
12. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad kon een novum naar het tot 1 oktober 2012 geldend recht slechts een omstandigheid van feitelijke aard betreffen. Een mening, overtuiging of gevolgtrekking kon in het algemeen niet als zodanig worden aangemerkt. Daarmee vielen deskundigenoordelen in beginsel – behoudens bijzondere omstandigheden - buiten het bereik van het oude novumbegrip, tenzij in het deskundigenoordeel werd uitgegaan van feiten en/of omstandigheden van feitelijke aard welke niet bekend waren dan wel niet geacht konden worden bekend te zijn geweest aan de rechter die de uitspraak had gewezen waarvan herziening werd gevraagd. De sterke nadruk op de feitelijke component van het novumbegrip zette een rem op het betrekken van nieuwe wetenschappelijke inzichten in de herzieningsprocedure. Die consequentie werd klemmender naarmate nieuwe wetenschappelijke inzichten sterker duidden op de onhoudbaarheid van een veroordeling. De ervaringen met enkele spraakmakende herzieningszaken in het eerste decennium van deze eeuw leren dat de Hoge Raad zich in dergelijke bijzondere gevallen bereid heeft getoond het novumbegrip extensief uit te leggen. De wijze waarop de Hoge Raad daaraan invulling gaf, kan ook voor de interpretatie van het huidige novumbegrip instructief zijn. Ik stip deze daarom kort aan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d, en de alinea staat in dat document op bytes 49804 tot 51269.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d | shasum -a 256